Kleren wassen
Mijn werkruimte bevindt zich in een voormalig ziekenhuis nog geen twee minuten wandelen van het Vondelpark. Op nog geen tien meter van de deur van mijn studio was ooit een operatiekamer en vandaar dat er ook doucheruimtes zijn. Een zo ongeveer ideale toestand voor een loper. Na het afschrijven van het hoofdstuk of het opsturen van het artikel naar de krant, of gewoon bij wijze van middagpauze doe ik een kast open, trek mijn loopschoenen en plunje aan en draaf door het park. Na afloop trek ik mijn schoenen uit, ontdoe me van mijn hartslagmeter, pak een handdoek en een fles douchegel en steek de gang over naar de douche.
Het is een ruime ziekenhuisdouche, crèmekleurige wandtegels en de klassieke terracottarode kleine, vierkante vloertegeltjes. Een heel hoog plafond en een flinke boiler maken het een comfortabel oord als je klaar bent met trainen. Het eerste wat ik doe zodra het water loopt is het deponeren van sokken, short en shirt recht onder de waterstraal. Daarna besprenkel ik het hoopje met douchegel. Als ik dan een keer boven op het hoopje sta maak ik een wandelbeweging op de plaats, bij wijze van voorwas. Onderwijl zeep ik mezelf in.
Als ikzelf schoon ben rek en strek ik een beetje. Draaien met de voeten, grijpbewegingen met de tenen, wat toe-ups, het losmaken van schouders en nek en misschien een paar squats, gevolgd door het loswiebelen van de dijspieren. Als er stijve of beurse plekjes zijn in de enkel, bij de knie, masseer ik die een beetje. Het klusje waarmee het bezoek aan de douche wordt afgesloten is het uitwassen en uitwringen van sokken, short en shirt. Ouderwets tussen de knokkels laten werken, spoelen en uitwringen. Zoals ik het mijn moeder heb zien doen. Net zo lang doorgaan tot het laatste beetje schuim eruit verdwenen is. Tot slot sla ik de handdoek om, verzamel het stapeltje uitgewrongen kleren en keer terug naar mijn studio. Daar hang ik alles over de verwarming en kleed me weer aan. Tijd voor een boterham en een kop thee.
Ik kan natuurlijk de vieze hardloopkleren mee naar huis nemen. Ze zullen in de wasmachine ongetwijfeld schoner en frisser worden. Mezelf eraan herinneren dat ik steeds heen en weer rijd met shorts en shirts zal wel gauw wennen. Maar ik doe dat niet. Ik koester het kleine, zichzelf in stand houdende wereldje in mijn studio. Het wassen en uitwringen van de kleren is net als het douchen en het water drinken na afloop van de training een voortzetting van wat het lopen zo lekker maakt. Ik rek de kalme, meditatieve aandacht voor simpele, betekenisloze details.
Thuis, achter de krant, koffie zettend in de keuken of aan tafel met mijn zoon en zijn huiswerk, is er geen haar op mijn hoofd die er over denkt iets op de hand te gaan wassen. Volkomen idioot. Tijdverspilling. En als het om iets gaat waarbij het moet, zal ik het alleen met grote tegenzin doen. Maar de hardloopkleren in mijn studio (ook al komen ze om de paar weken thuis in de wasmand terecht) was ik met oude gebaren en engelengeduld, nog rozig van de training en alweer gericht op de voorpret van een volgende keer dat ik kan opstaan van mijn schrijftafel om een paar minuten later over de zandpaden van het park te draven. De in zichzelf besloten luchtbel van mijn werkruimte, daar wordt ook het hardlopen volledig in opgenomen. Mede dankzij het wassen van de hardloopplunje onder de douche. Terwijl je het doet weet je dat het iets klungeligs heeft. Maar het voelt in zijn simpelheid zo goed. Doelmatig en vooral zelfvoorzienend.
Het moet een mannelijk trekje zijn om hiervan te genieten, vermoed ik. Het verwijst naar het primitieve minihuishouden van het bivak te velde, de zeemanshut, de kloostercel, de uitkijkpost, de kluizenaarsgrot, het kamperen in de vrije natuur. Die aspecten heeft het hardlopen ook: een zweem van heimelijk beleefd krijgerschap, een snufje monnikachtige meditatie, een kortstondige onderdompeling in een kluizenaarsrol en het kinderlijk plezier van doelloos buiten zijn in weer en wind. Met het wassen van de hardloopkleren onder de douche houd ik de sfeer van het hardlopen nog even vast. Het voelt nooit als verloren tijd, maar als de gefluisterde echo van een liedje, waarna de werkdag wordt hervat.
Uit: Tempo |